
Waarom het herdenken van de April-meistakingen in Hart van Zuid ook in 2024 nog relevant is

Het wordt gezien als het meest massale protest in Europa tegen de bezetting van de Duitsers én het begon in Hart van Zuid: de April-meistakingen van 29 april 1943. De staking raakte na de oorlog in de vergetelheid, maar inmiddels herdenkt Hengelo jaarlijks hoe de arbeiders van Stork samen een vuist vormden tegen de bezetter. Wat er precies plaatsvond op die bewuste dag en waarom het nog steeds belangrijk is hierbij stil te staan legt publiekshistoricus Marco Krijnsen uit: “Vrijheid is nog altijd niet vanzelfsprekend.”
Er hoeft er maar één te beginnen’, dat is de slogan van de jaarlijkse herdenking van de April-meistakingen op het Industrieplein in Hart van Zuid. “De staking herinnert ons eraan dat iedereen kan opstaan tegen geweld”, legt de Hengelose historicus Marco Krijnsen uit. “Volgens mij vraagt iedereen zich wel eens af wat ze kunnen doen tegen oorlogsgeweld. De staking van de dappere Stork-arbeiders ruim tachtig jaar geleden geeft ons het antwoord: je kan samenwerken, de verbinding met anderen zoeken en een algeheel gevoel van verzet creëren dat bijdraagt aan het stoppen van geweld.”
Heel relevant anno nu, volgens Krijnsen: “Oorlogsgeweld is niet opgehouden na 1945. In een tijd waarin vrijheid nog steeds niet voor iedereen vanzelfsprekend is, is het belangrijk bij de boodschap van de April-meistakingen stil te staan.”
Hoe?
Maar wat hebben die Stork-arbeiders nou precies gedaan op 29 april 1943? En hoe is een staking in Hengelo uitgegroeid tot het meest wijdverspreide verzet tegen de Duitse bezetter in heel Europa? Krijnsen schetst om een antwoord te kunnen geven op deze vragen, eerst het Hengelo – en specifiek het Hart van Zuid – van ruim tachtig jaar geleden. “Hengelo was in de jaren voor de oorlog, door de komst van de spoorlijnen in 1860, in korte tijd uitgegroeid van boerendorp tot een middelgrote stad met allerlei fabrieken en nieuwe inwoners. Stork was de grootste werkgever van de stad met ruim 3.500 medewerkers, bijna tien procent van het totale inwoneraantal.”
Grote speler
Maar Stork was meer dan ‘gewoon’ een werkgever. Stork was in oppervlakte en in sociale invloed een enorme speler in de stad. “Je kan in Hart van Zuid een aardige wandeling maken langs alle gebouwen waar Stork zat: van De Gieterij tot Gebouw 16 en alles ertussen. Stork organiseerde culturele activiteiten, vormde verenigingen en bouwde de wijk Tuindorp ‘t Lansink. Als er iets bij Stork gebeurde, gebeurde het in Hengelo.” En Stork was niet alleen lokaal belangrijk: “Hij werkte veel samen met collega-bedrijven in de regio, had vestigingen in het westen en dreef ook internationale handel.”
Lees verder onder de foto >

Mede daardoor was Stork interessant voor de Duitsers. “De bezetters dwongen Stork en zijn arbeiders om te produceren voor het Duitse leger.” De directie had twee opties: weigeren, met als gevolg dat iedereen afgevoerd zou worden naar werkkampen, óf met tegenzin meewerken. Dat laatste gebeurde. “Binnen het bedrijf vond er massaal verzet plaats tegen het werken voor de Duitsers”, vertelt Krijnsen. Zo werd er zo langzaam mogelijk geproduceerd en gingen elke dag om 16.00 uur de machines uit. “Op subtiele wijze werd er sabotage gepleegd met goedkeuren van de directie.”
Actie
Maar wat de directie van Stork betrof, was dit subtiele verzet niet genoeg na de toename van geweldplegingen en de groeiende vervolging van Joden. “Ze wilden niet stil toekijken.” Stork en zusterbedrijf Dikkers besloten daarom twee hooggeplaatste werknemers uit Hengelo -Tjitte Roorda en Jan Berend Vlam – het land in te sturen met de missie om de bereidheid om te staken te peilen en te vergroten. “En toen was het wachten op een goede aanleiding om de staking in te zetten.”
De druppel
Die aanleiding werd gevonden op 29 april 1943. De dag waarop het besluit naar buiten werd gebracht over de zogenoemde Arbeitseinsatz: de gedwongen arbeid in de Duitse oorlogsindustrie voor Nederlandse militairen vanaf achttien jaar. “Het nieuws werd met woede ontvangen en ging als een lopend vuurtje door de fabriek”, vertelt de publiekshistoricus. “Er gingen al langer geluiden rond over dat arbeiders van Stork naar Duitsland moesten om te werken en dit was de druppel. Het was de perfecte aanleiding voor de staking die de directie eigenlijk allang op de planning had. De arbeiders en de directie besloten het werk neer te leggen.”
Lees verder onder de foto >

Lege fabrieken
Krijnsen vertelt hoe Tjitte Roorda langs alle fabriekspanden van Stork in het tegenwoordige Hart van Zuid ging om arbeiders aan te sporen hun werk neer te leggen. “Omdat de stakingsbereidheid al eerder was gepeild, stroomden de fabrieken in Hengelo snel leeg.” En omdat Stork goede relaties had met veel bedrijven in de regio, legden arbeiders ook elders in Twente het werk neer. “Binnen twee uur tijd lag driekwart van de bedrijvigheid in de regio plat.”
En ook in andere delen van het land werd gestaakt. Zo legden medewerkers van Stork in Haarlem en Amsterdam en van Philips in Eindhoven het werk neer, stroomden de mijnen in Limburg leeg en weigerden boeren om melk te leveren aan zuivelfabrikanten. “Later is de staking ook wel de mijn- of melkstaking genoemd. Het is afhankelijk van waar je bent in het land.”
Mislukt?
De impact van de staking is pas jaren na de oorlog duidelijk geworden. Lang werd namelijk gedacht, ook door Hengeloërs, dat de staking was ‘mislukt’. “Honderden mensen zijn door de Duitsers vermoord om de stakingen hardhandig de kop in te drukken. Een dag later was iedereen weer aan het werk.”
Historici konden pas decennia later duiden dat de staking die in Hengelo begon, is uitgegroeid tot de meest wijdverspreide staking van heel Europa. “Honderdduizenden mensen deden mee met gevaar voor hun eigen leven. Het effect van de staking is volgens onderzoekers geweest dat de algehele bereidheid om in het verzet te komen tegen de Duitsers is toegenomen. Er was zoveel woede over het neerslaan van de stakingen en het ongekende geweld, dat mensen juist daardoor in actie kwamen. Er werden meer onderduikers in huis genomen en meer mensen sloten zich aan bij het actieve verzet.” En dat allemaal als resultaat van de actie van een paar duizend dappere Hengeloërs. “Daar mogen we als stad heel trots op zijn.”
Lees verder onder de foto >

En tot grote tevredenheid van de publiekshistoricus, merkt hij dat die trots in Hengelo begint te groeien. “Steeds meer Hengeloërs kennen het verhaal, op het Industrieplein staat een monument dat herinnert aan de staking en de gemeente faciliteert inmiddels de jaarlijkse herdenking. Ik vind het geweldig dat dit verhaal eindelijk wordt omarmd. Ik hoop dat de herdenking straks niet meer is weg te denken uit Hart van Zuid. Die hoort bij het verhaal van Hengelo, of eigenlijk van Nederland.”